
Van 1588 tot 1795 was ons land een republiek, ‘De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’. Eerst waren er zes provincies, Holland, Gelre, Drente, Friesland, Utrecht en Zeeland, in 1594 kwam Groningen erbij.
De 17de eeuw is de Gouden Eeuw in de geschiedenis van Nederland. In deze eeuw werd Nederland een welvarend, rijk land. Dit kwam vooral door de Nederlandse handelsgeest. Veel Nederlandse kooplieden waren rijk geworden door handel in graan en hout met andere Europese landen. Op zoek naar nieuwe landen en nieuwe producten, voeren schepen met handelaren aan boord steeds verder.
De Gouden Eeuw was in vele opzichten een rijke eeuw. De schilderkunst beleefde een hoogtepunt met schilders als Rembrandt en Frans Hals die grote schilderopdrachten kregen van de rijke regenten en handelaren in de grote steden. Dichter Joost van den Vondel schreef toneelstukken als Gijsbrecht van Aemstel en Lucifer voor de nieuwe schouwburg van Amsterdam. Hugo de Groot ontsnapte op 22 maart 1621 uit gevangenschap op slot Loevestein in een boekenkist. Wetenschapper Christiaan Huygens ontdekte dat de planeet Saturnus een maan en een ring heeft. Ook op militair terrein ging het goed. Piet Hein veroverde in 1628 de zilvervloot op de Spanjaarden en Michiel de Ruyter blies de Engelse vloot op. Hij redde daarmee de heerschappij van Nederland over de wereldzeeën.
In de 18e eeuw werd het onrustig in Nederland door oorlogen met verschillende andere landen zoals Frankrijk, Engeland en Spanje. In Nederland zelf was een felle strijd om de macht gaande tussen de Orangisten (aanhangers van stadhouder Willem de IV) en de Patriotten (onder invloed van de Fransen). In de 18de eeuw ging het steeds slechter met de Republiek. De oorlogen kostten veel geld, handelaren waren gemakzuchtiger geworden, de vloot raakte in verval en Nederland raakte een aantal koloniën kwijt.