Archive for the ‘Tijdbalk’ Category

Sara Burgerhart

Monday, March 29th, 2010

Elizabeth_Wolff_and_Agatha_DekenDe schrijfsters: Betje Wolff en Aagje Deken

Sara Burgerhart werd geschreven door twee vrouwen, Betje Wolff en Aagje Deken. Betje Wolff werd geboren op 24 juli 1738. Zij trouwde op haar 21ste met een dominee die 52 was. Aagje Deken werd geboren in 1741, was al jong wees, groeide daardoor op in een weeshuis en werkte als dienstmeisje. Aagje schreef Betje in 1776 een brief waarin zij haar bewondering liet blijken voor een boek dat Betje had geschreven. Daarna ontstond een briefwisseling, pas na een half jaar zagen zij elkaar in het echt. Na het overlijden van Betjes echtgenoot in 1777 ging Aagje bij Betje wonen. Samen schreven zij enkele boeken, waarvan De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart de bekendste is. Dit was een boek voor volwassenen, ze hebben geen kinderboeken geschreven.

Sara Burgerhart: een middagje bij rijke burgers

Het hele boek De Historie van Sara Burgerhart uit 1782 bestaat uit brieven die de verschillende personen aan elkaar schrijven (telefoon en email bestonden nog niet), daarom wordt het ook wel een briefroman genoemd. De hoofdpersoon, Sara Burgerhart, is op haar zeventiende wees geworden en bij haar voogdes en tante ingetrokken. Sara en haar tante kunnen het niet goed met elkaar vinden. Je leest over Sara’s gevecht om meer vrijheid en haar avonturen bij het zoeken naar een echtgenoot.

18Ethee

Anna, de vriendin van Sara, is op bezoek geweest bij de familie Uitval, die in een Rotterdams bovenhuis woont. De familie, schrijft ze aan Sara, bestaat uit brave Burgerlieden van den ouden tyd.

Toen ik boven kwam, verwelkomde my Juffrouw Uitval met veel buigingen, en veel excusen, dat zy my zo familiair ontfing, zei: ‘dat zy maar een ouwerwetze Vrouw, en klein behuist was;’ met alles wat over dien toon verder loopt. Onderwyl verdoofde het gekèf van twee kleine honden, het gekook van een zilveren theeketel, die, op een ordentelyk burgervuurtje, stondt te koken, en het geschreeuw van den Heer Uitval, die aan den trap tegen een koksjongen braaf stondt te kyven, zeer veel van deeze fraaije Complimenten; en ik kon bestaan met te groeten, en te glimlachen.

Als het gezelschap compleet is, drinkt men eerst thee uit mooie porseleinen kopjes, met zoetigheden erbij:

Toen raakten wy aan het theedrinken: nooit dronk ik fynder thee, en nooit dronk ik uit keurlyker porcelein. ‘t Speet my maar, dat de gulle Vrouw my zo veel suiker in het kopje deedt, zo dikwyls als man schreeuwde: ‘hebben de Vrienden wel suiker?’ en dan wist ik niet hoe gaauw ik myn kopje zou naar my nemen, om Thee en geen slemp te drinken. Naauwlyks was de Thee ter zyden, of de jonge juffrouw kwam met een groot vierkant zilver blad, opgevult met Confituren; dat blad werdt opgevolgt door een nog groter; tot eene aanmerkelyke hoogte met allerlei fyne gebakjes opgestapelt.

De heren in het gezelschap roken tabak, en ze praten over zaken en studie. De vrouwen praten over het huishouden in het personeel. Na een tijdje laat de gastheer andere drank aanrukken:

Eindelyk werdt men het eens om wat lucht te maken, en Uitval schreeuwde om wyn en kelkjes; de meid kwam boven met een doos Soezen, die naauwlyks den trap op wilde.

En dan is het tijd om aan tafel te gaan. De gastheer nodigt iedereen uit, en een overvloedig maal begint:

Maar, lieve Saartje, ik wenschte wel, dat gy zo een Tafel eens gezien hadt! In ’t midden stondt een smokent stuk Hamburger Ossenrib, van een dertig pond, denk ik. Daar by was een ham, een kalfskop, een varkensrib, en een gestoofde kabbeljauw. De groenten waren niet minder talryk of voedzaam. […] Alles was overvloed, alles toonde rykdom […]

Toch voelt Anna zich niet helemaal op haar gemak, want de drank heeft het gezelschap blijkbaar luidruchtig en ongemanierd gemaakt:

Laat men vry roemen op de oude Hollandsche gulheid; op zulke maaltyden is men overdadiger, en hoort men vuilder dubbelzinnigheden, dan by onze modieuse lieden.

Om een uur ’s nachts is het bezoek eindelijk voorbij. Als jongeheer Smit (een aankomend predikant met wie Anna later zal trouwen) er niet was geweest, had ze weinig plezier gehad.

Een recept voor gestoofde kabeljauw uit de 18de eeuw.

(Citaten uit Sara Burgerhart, de 43ste brief, 1ste druk pp.162/170)

Je kunt het hele boek Sara Burgerhart downloaden, als je benieuwd bent hoe het afloopt …
En wil je niet lezen, dan is het ook nog te downloaden als luisterboek.

Jantje zag eens pruimen hangen

Monday, March 29th, 2010

Hieronymus van Alphen

0010Hieronymus van AlphenDe allereerste kinderboekenschrijver van Nederland was Hieronymus van Alphen (1746-1803). Hij was advocaat in Utrecht en vader van drie jonge zoontjes, toen hij zijn eerste gedichtjes voor kinderen schreef. De moeder van zijn kinderen was vlak na de geboorte van haar jongste zoon gestorven, waardoor Van Alphen zijn kinderen helemaal alleen moest verzorgen en opvoeden.

Van Alphen was voor die tijd een moderne man die nadacht over zijn rol als vader. Kinderboeken waren er niet, daarom besloot hij zelf gedichtjes voor kinderen te schrijven. Ze waren erg moralistisch, dat wil zeggen dat er altijd een wijze les in verborgen zat waar kinderen iets van moesten leren. Jantje zag eens pruimen hangen maakt bijvoorbeeld duidelijk dat eerlijkheid heel belangrijk is en ook beloond wordt.

pruimenboomkl

Jantje zag eens pruimen hangen

Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
‘t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader ‘t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf, zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken; ik loop heen.
Zou ik om een hand vol pruimen
ongehoorzaam wezen? Neen !
Voord ging Jantje, maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen

Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken,
nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan ‘t schudden,
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
en liep heen op een galop.

Heb je trek in pruimen gekregen? Hier staat een recept voor soep van gedroogde pruimen.

0024 Kleine gedichten voor kinderenkl0034 Lang geleden omslagklUit: Hieronijmus van Alphen, Kleine Gedigten voor Kinderen, 1e druk 1778, Deltareeks, 1998

In Lang geleden… De geschiedenis van Nederland in vijftig voorleesverhalen staat ook een verhaal over Hieronymus van Alpen.

Pruimensoep van gedroogde pruimen

Monday, March 29th, 2010

Pruimensoepkl

Pruimen zijn lekker, en dat vonden ze vroeger ook. Kijk maar eens naar het gedicht Jantje zag eens pruimen hangen.

Dit lekkere recept komt uit een kookboekje uit de 18de eeuw, De volmaakte Hollandsche keuken-meid. Hieronder staat de oude recepttekst.

Vroeger werd er een soms ander teken voor de letter ’s’ gebruikt, dat er uitzag als een ‘f’ zonder streepje. Kijk hieronder in de één na onderste regel van het recept maar bij het woordje ‘gestooft’. Het lijkt alsof er ‘geftooft’ staat, maar als je goed kijkt, zie je dat de eerste ‘f’ anders is dan de tweede. Het is dus een ’s’.

0030HollMeid Pruimensoepkl

spprsoepklSoep komt van het woord sop. Een sop is een snee brood die onderin een bord of schaal werd gelegd, en daar over goot de kok dan een saus of soep. Soms werd het brood eerst geroosterd. Wij eten in onze soep of bij spinazie nog wel eens gebakken broodblokjes, die heten soldaatjes.

De Vasten waren de zes weken tussen carnaval en pasen (ergens in februari/maart/april) waarin je van de katholieke kerk en van sommige protestantse kerken geen vlees, boter, kaas of eieren mocht eten. Voor die tijd waren er speciale recepten.

De hoeveelheden in dit recept zijn voor 4 personen. Het is machtig en zoet.

bspruimensoep61 Doe de pruimen en rozijnen in een zeef, en spoel ze af onder de warme kraan. Laat eventjes uitlekken.

2 Doe alle ingrediënten behalve het brood in een pan.

3 Verhit totdat de wijn bijna kookt. Er komen dan kleine luchtbelletjes naar boven, maar het borrelt nog niet.

4 Zet het vuur laag. Laat zo 30 minuten stoven. Zorg ervoor dat de wijn steeds net niet kookt. De alcohol is door het stoven uit de wijn verdampt.

5 Leg in ieder diep bord een boterham, en giet de nog warme ‘soep’ er overheen.

Gestoofde kabeljauw

Monday, March 29th, 2010

NVKkabeljauwfoto1kl

Sara Burgerhart is een bekend boek uit de 18de eeuw. Als de vriendin van Sara Burgerhart bij een Rotterdamse familie te gast is, krijgt ze, behalve verschillende grote stukken vlees, ook gestoofde kabbeljauw voorgezet. Over het boek en de beschrijving van de maaltijd kun je hier meer te weten komen.  Hieronder een recept voor, gestoofde kabeljauw uit de Nieuwe vaderlandsche kookkunst, een boekje uit 1797 dat geschreven is door ‘twee in dit vak zeer ervarene huishoudsters’, die hun naam geheim houden.

Vroeger werd er een soms ander teken voor de letter ’s’ gebruikt, dat er uitzag als een ‘f’ zonder streepje. Kijk hieronder in de ondertitel van het recept maar bij het woordje ‘gestoofd’. Het lijkt alsof er ‘geftoofd’ staat, maar als je goed kijkt, zie je dat de eerste ‘f’ anders is dan de tweede. Het is dus een ’s’.

NVKKabeljauwsamenkl

Je kunt tegenwoordig bijna niet meer aan echte kabeljauwmoten komen, het zijn allemaal filets (zonder vel en graten). Dat is jammer, want vis die met vel en graten is klaargemaakt, heeft meer smaak. Als je geen echte moot met vel en graten kunt vinden, dan gebruik je gewoon kabeljauwfilet.

Op het fragment hieronder van een schilderij van Adriaen van Utrecht (1592-1652) is een vishandelaar bezig met het in moten snijden van een kabeljauw. Bovenin hangen twee moten zalm aan een haak. Het stuk kabeljauw met rode randen dat rechts van de moot op tafel ligt, zijn de kieuwen van de vis, die worden niet gegeten.

Kabeljauwmootl

spkabeljauw3In dit recept uit de achttiende eeuw werd de kabeljauw in een pan bereid die was afgedekt met de deksel van een taarten-pan. Veel keukens hadden toen geen ovens, maar dankzij de taartenpan kon je zonder oven toch een taart bakken. Wij gebruiken wel de oven, en aluminiumfolie om de kabeljauw af te dekken.

De hoeveelheden in het boodschappenlijstje zijn voor 4 personen. Eet er warme groente (worteltjes, spinazie) of sla bij.

bskabeljauw2 copy1 verwarm de oven voor op 200 graden.

2 Leg de kabeljauw in de ovenschaal, bestrooi met zout.

3 Dek de ovenschaal af met aluminiumfolie, en zet in het midden van de oven. Zet een kookwekkertje op 5 minuten of kijk op de klok.

4 Als je de kaas zelf wilt raspen, is dit een goed moment. Leg ook alvast twee vellen keukenpapier op elkaar op een schoon bord.

5 Als het kookwekkertje gaat, haal je de ovenschaal met ovenwanten aan uit de oven. Haal de aluminiumfolie er af, schep met een schuimspaan de kabeljauw uit de ovenschaal, en leg hem op het keukenpapier. Giet het vocht uit de ovenschaal en dep hem droog. Leg de kabeljauw weer terug in de ovenschaal.

6 Smelt 20 gram boter in een steelpannetje, giet die over de kabeljauw. Strooi er peper, zout en nootmuskaat over. Strooi er dan het beschuitkruim of paneermeel en de geraspte kaas over.

7 Zet de ovenschaal nog 10 minuten terug in de oven als je filets gebruikt, of 20 minuten als je een moot hebt.

Lekker erbij

In een ander recept voor kabeljauw uit hetzelfde kookboek staat dat bij kabeljauw aardappeltjes lekker zijn, met gewelde boter. Ik heb er voor gekozen om de aardappelen te koken. Gewelde boter ziet er uit als mayonaise, maar het is gewoon boter. Wel minder vet, omdat er water bij zit.

1 Schil de aardappelen met een dunschiller, verwijder groene plekken en zwarte pitjes met een mesje. Snijd grote aardappelen in twee of drie stukken.

2 Doe de aardappelen in een kookpan, en giet er zoveel water bij dat ze net onder staan. Strooi een beetje zout in de pan, en breng het water aan de kook.

3 Laat de aardappelen met het deksel schuin op de pan in 15 tot 20 minuten (hangt af van hoe groot de stukjes zijn) koken. Controleer of ze gaar zijn door er met een vork in te prikken. Als dat makkelijk gaat, zijn ze gaar.

4 Giet de aardappelen af, laat nog tien minuten in de dichte pan staan.

5 Geef deze aardappelen bij de gestoofde kabeljauw, met gewelde boter.

Die gewelde boter maak je terwijl de aardappelen 10 minuten uitdampen (stap 4 in het recept hierboven).

1 Meet 1/2 deciliter warm water (iets heter dan je hand, maar niet gloeiend heet) af.

2 Klop de zachte roomboter in een kommetje op met een kleine vork of garde, doe er dan een paar druppels water door, en klop weer goed tot het is opgenomen. Doe er steeds weer een beetje warm water bij, en blijf kloppen, ga door tot al het water gebruikt is.

3 Geef de gewelde boter bij de gekookte aardappeltjes.

17de en 18de eeuw – geschiedenis

Monday, March 29th, 2010

0008_Seven_United_Netherlands_Janssonius_1658kl

Van 1588 tot 1795 was ons land een republiek, ‘De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’. Eerst waren er zes provincies, Holland, Gelre, Drente, Friesland, Utrecht en Zeeland, in 1594 kwam Groningen erbij.

Willem_van_OranjeklDe 17de eeuw is de Gouden Eeuw in de geschiedenis van Nederland. In deze eeuw werd Nederland een welvarend, rijk land. Dit kwam vooral door de Nederlandse handelsgeest. Veel Nederlandse kooplieden waren rijk geworden door handel in graan en hout met andere Europese landen. Op zoek naar nieuwe landen en nieuwe producten, voeren schepen met handelaren aan boord steeds verder.

De Gouden Eeuw was in vele opzichten een rijke eeuw. De schilderkunst beleefde een hoogtepunt met schilders als Rembrandt en Frans Hals die grote schilderopdrachten kregen van de rijke regenten en handelaren in de grote steden. Dichter Joost van den Vondel schreef toneelstukken als Gijsbrecht van Aemstel en Lucifer voor de nieuwe schouwburg van Amsterdam. Hugo de Groot ontsnapte op 22 maart 1621 uit gevangenschap op slot Loevestein in een boekenkist. Wetenschapper Christiaan Huygens ontdekte dat de planeet Saturnus een maan en een ring heeft. Ook op militair terrein ging het goed. Piet Hein veroverde in 1628 de zilvervloot op de Spanjaarden en Michiel de Ruyter blies de Engelse vloot op. Hij redde daarmee de heerschappij van Nederland over de wereldzeeën.

In de 18e eeuw werd het onrustig in Nederland door oorlogen met verschillende andere landen zoals Frankrijk, Engeland en Spanje. In Nederland zelf was een felle strijd om de macht gaande tussen de Orangisten (aanhangers van stadhouder Willem de IV) en de Patriotten (onder invloed van de Fransen). In de 18de eeuw ging het steeds slechter met de Republiek. De oorlogen kostten veel geld, handelaren waren gemakzuchtiger geworden, de vloot raakte in verval en Nederland raakte een aantal koloniën kwijt.